Het Ontstaan van God en Godin

Wat ik zie, is een heel oude trilling, en ik probeer weer te geven wat of ik zie. Ervoor zie ik een heel lichte omgeving. Waar het heel wit is, maar niet het wit zoals wij dat kennen. Het is licht stralend wit licht en daar is alles, daar is dat wat ik zelf ook achter mij voelde. mijn wereld, en dat is dan een onderdeel ervan. Het licht wat ik zie is zo vervuld van liefde en van alles dat ik er geen omschrijving bijna van kan maken. Bijna. Want ik kan zeggen dat alles, maar dan ook alles er is. Er is een vorm van eenheid, en in die eenheid zijn onderdelen van wezens en licht en liefde en bouwstoffen en geometrische bouwvormen en liefdevolle wezens. Ze zweven, of zwemmen bijna op een manier die geen beweging kent, het is een soort van voortbewegen zonder moeite. Ze kronkelen heel langzaam om hun as heen. Het is alsof alles energie is, en die energie kent vormen.

Daar is het waar alles ontstaan is. We zijn voortgekomen uit iets wat op een baar Moeder lijkt, hier is het ontstaan van zielen. Ik zie geen vader, ik zie alleen een vorm die al is, en die kent strepen, strepen licht, en daar komt het allemaal uit voort.

Het doet me denken aan de fotonengordel met de lichtflitsen die er nu aan komen. Het is hier nu terug bij de bron en de bron is hier. De bron is door de poorten van de vorige wereld hierheen gekomen. Het is. En alles wordt één, en alles wordt weer liefde.

Er is geen tijd, er is alleen nu. En alles gaat heel langzaam, er zit wel voortbeweging in, het staat niet stil. Het is een ononderbroken golf van bewegend licht met wezens, er is geen vader, er is geen moeder. Alles  is één en van daaruit ontstaat het leven zoals wij dat kennen.

Dat is een fase verder. En ik zie plots een bol, een kern van waarheid met allemaal wiskundige oorspronkelijkheden. Alles is in cijfers en de letters zijn ook weer cijfers. En de gedachten zijn het woord, en de gedachten komen voort uit die oerbron, de gedachten worden geboren, en ze worden manifest in het tweede universum waar ik uit gechanneld heb.

Het zij, en het is onzijdig, het is niet mannelijk, en het is niet vrouwelijk. Het is simpelweg. De omgeving is bijna onwerkelijk, geen zwaarte, maar een golvende beweging van waaruit kinderen geboren kunnen worden, na de poort weliswaar van het 2e bewustzijn. Niet iedereen is daar. Alleen de oerzielen zijn daar.

En zij worden geboren vanuit die baar Moeder. Het is letterlijk een moeder die baart, energieën, wezens, en universa.

Moon Goddess by Josephine Wall
Moon Goddess by Josephine Wall
Jesus and his Mary by Patricks Merey
Jesus and his Mary by Patricks Merey

De vader is onderdeel van de moeder en zij vormen samen de kern van het al, en de gedachte is een streep (de vader) en ontstaat vanuit de energie van de moeder. en de dochter voelt zich letterlijk de schepper. En de zoon gaat op weg naar de volgende universum en neemt de vrouwelijke energie mee, en creëert een nieuw universum, de liefde neemt hij mee. Ik voel een moeder en ik voel geen vader in de zin van een wezen. Ik voel wel dat de zoon van de moeder, de vader van het volgend universum wordt, en daar zijn zij wel partners, man en vrouw. Daar wordt de dochter, de moeder en de zoon wordt de vader. En de geest nemen zij mee. De geest geeft de energie om te creëren. In het universum daarvoor is alles al. Dat is moeilijk om te bevatten, wij in de huidige dualistische tijd. Wat me bij blijft is het ritme en de gang van voortbeweging.

Ik kijk terug in de tijd en zie het volgende:

Ik zie voor dit universum nog meer universa met dezelfde golvende ritmische beweging, het is een oneindigheid van scheppingen. Van de ene schepping naar de andere kom je door middel van een poort; de scheppingen zijn afzonderlijk en toch zo met elkaar verbonden. Daarna zie ik een soort bol, het lijkt wel een oersoep. Wat ik zie is dat het erop lijkt dat God vrouwelijk is met de mannelijke eigenschappen erin.

Het ziet eruit als een soort energetische grote bol met gedachtes, strepen erin. In die bol zitten werelden, en in de werelden zitten weer werelden, oneindig veel. Deze werelden heten in de Bhagavatam, Visnhu Maya werelden. Het is een bewustzijn zonder vorm, het heeft geen naam, is niet mannelijk of vrouwelijk, het is Al. Er is geen referentiepunt, maar het kent oneindig veel mogelijkheden, net zoals wij die kennen in onze dromen.

Deze bol ziet er minder licht uit omdat het verder weg is. Ook als ik het dichterbij haal, is het wat grijziger omdat hier donker en licht ineen zijn. Het ziet er uit als een soort hersenen. Op het moment dat een onderdeel aan het werk is, wordt er bewustzijn op gezet, en komt er een soort gouden gloed uit of een oplichtend witte glans.

Daarvoor zie ik weer iets aparts, ik zie een soort stroom wat zich voortbeweegt in concentrische kringen, helemaal aan het begin zit een soort bol, een kleinere witte bol, en kern van wit licht, te midden van donkere leegte. Vanuit die bol ontstaat een brede stroom wit licht. Het lijkt er op dat ik een beginpunt heb gezien. De donkerte, de leegte is vrouwelijk, de bol die erg krachtig is, is mannelijk. In de leegte is er vergetelheid. De oorsprong, de leegte, is donker, vanuit het donker is het licht geboren.

© Isis Verhagen – Isis-Ishtara.nl

December 2008